De Verkenning
De eerste fase van het onderzoeksproject naar de economische geschiedenis van Den Haag bestaat uit een verkenning. Deze verkenning is gestart in augustus 2009 en stond onder wetenschappelijke supervisie van Professor Karel Davids. De verkenning werd uitgevoerd door Sabine Go, onderzoeker bij de VU en
verbonden aan het VU-onderzoeksinstituut CLUE. Het doel van de verkenning was om beschikbare literatuur en primair bronnenmateriaal te inventariseren, om vast te stellen wat de concrete onderzoeksmogelijkheden zouden zijn, het nader omschrijven van de pilotstudie, het inhoudelijk omschrijven van mogelijke deelprojecten en het in kaart brengen van financieringsmogelijkheden voor de deelprojecten.
De afgelopen periode is dus het aanbod van relevante literatuur geïnventariseerd, is gekeken naar het archiefmateriaal, zijn contacten gelegd en gesprekken gevoerd met deskundigen en betrokkenen over het materiaal en de mogelijk financiering. Zo is onder meer gesproken met (oud)-medewerkers van het Haags Gemeentearchief alsmede met bestuursleden van SHIE. Tenslotte is aandacht besteed aan het vervolg: op welke wijze kan het pilot-onderzoek vorm worden gegeven en welke mogelijke vervolgprojecten kunnen daaruit voortvloeien?
Literatuur
Gedurende de afgelopen maanden (augustus 2009 tot mei 2010) is de beschikbare literatuur, met betrekking tot Den Haag in het algemeen en de economische geschiedenis in het bijzonder, geïnventariseerd. Hoewel verschillende publicaties over Den Haag en haar inwoners zijn verschenen, is er slechts in weinig gevallen sprake van diepgaand, analytisch onderzoek. Over de stedenbouwkundige structuren en ontwikkelingen is een veelheid aan publicaties verschenen maar vele hiervan zijn vooral beschouwend van aard. Ook voor de publicaties over de Haagse nutssector geldt dit. Diverse interessante publicaties zijn beschikbaar over het gas- en electriciteitsbedrijf en over de waterwinning, maar ook hier zijn de meeste vooral beschrijvend van aard. Het belang van de nutssector voor de economische bedrijvigheid en de verwevenheid met andere Haagse economische activiteiten zijn vooralsnog onvoldoende onderzocht. Zo waren diverse vissers in de wintermaanden, wanneer er vanaf Scheveningen niet gevaren werd, werkzaam in de Gasfabriek in Den Haag. Behalve over de stedenbouwkundige ontwikkeling en over de Haagse nutsbedrijven zijn diverse publicaties verschenen die gericht zijn op een individuele onderneming of een bedrijfstak. Overduidelijk blijkt dat sommige bedrijfstakken vaker onderwerp van onderzoek en interesse zijn geweest dan andere. Zo zijn er verschillende artikelen en boeken verschenen over de grafische industrie, een belangwekkende bedrijfstak in de Den Haag. Het betreft hier vooral ondernemingsgeschiedschrijving, vaak ter ere van een jubileum van de betreffende onderneming, Over de vele ondernemingen actief in de metaal- en electrotechnische sector is een relatief groot aantal publicaties verschenen, maar ook hier zijn het overwegend beschrijvende boeken en artikelen, gericht op het weergeven van de historie van een bedrijf of van het levensverhaal van de grondlegger(s).De grafische en metaal- en electrotechnische sector zijn relatief vaak onderwerp van onderzoek, zeker in vergelijk met andere sectoren binnen de Haagse economische structuur. Zo hebben de hout- en houtverwerkende sectoren veel minder in de belangstelling gedaan. Wel zijn enkele publicaties verschenen over de meest in het oog springende ondernemingen, zoals Pander en Horrix. Eenzelfde conclusie kan getrokken worden over de zuivelindustrie: enkele ondernemingen zijn uitgebreid onderzocht en beschreven, maar de invloed van de sector op de algemene bedrijvigheid of het aandeel van de sector in de Haagse werkgelegenheid is nog onderbelicht gebleven. Als laatste voorbeeld kan de financiële sector genoemd worden. De financiële sector is een belangwekkende sector, desalniettemin zijn ook in deze sector slechts enkele ondernemingen nader onderzocht. Behalve het kwantitatieve belang van de financiële sector voor de Haagse werkgelegenheid speelt ook het kwalitatieve aspect een rol, namelijk de vraag naar relatief hoog opgeleid personeel. Verder heeft de sector een aanjagende effect op de lokale economie, met name op het aanbod van de (zakelijke) dienstverlening.
Voor een overzicht van de verschenen publicaties verwijzen wij naar het schema in het volledige rapport van De Verkenning. Dit is in te zien op de studiezaal van het Haags Gemeenetarchief.
Archiefmateriaal
Het Haags Gemeentearchief is de belangrijkste bron voor archiefmateriaal van zowel het stedelijk beleid als van individuele Haagse ondernemingen. Hoewel de archieven van de gemeente Den Haag en andere overheidsarchieven zeer volledig en beschikbaar zijn, geldt dit helaas niet voor de particuliere archieven van het
bedrijfsleven in de stad. Van relatief weinig ondernemingen zijn volledige archieven bewaard gebleven. Hoewel van enkele ondernemingen de archieven zich, als gevolg van overnames of verhuizingen, bevinden in andere gemeentelijke of provinciale archieven (bijvoorbeeld in Delft), is het aanbod ook over de periode van 1950-1970
van het particuliere archiefmateriaal beperkt. Een uitzondering zijn de archieven van onder meer het Gas- en electriciteitsbedrijf en het Duinwaterbedrijf. Het is mogelijk dat, indien het bestaan van het onderzoeksproject meer bekendheid krijgt, particuliere archieven alsnog worden aangemeld, zoals ook is gebeurd na de
bijeenkomst in Theater Concordia. Tenslotte zijn ook in het Nationaal Archief relevante archieven terug te vinden,
zoals onder meer het archief van de Kamer van Koophandel (periode 1922-1979), het bedrijvenregister Zuid-Holland en verschillende particuliere archieven.
Ook voor de archieven is een overzicht opgenomen in het eindrapport van De Verkenning.
De verkenning voor het project Economische Geschiedenis wordt mogelijk gemaakt door de gemeente Den Haag en de Kamer van Koophandel Den Haag.

