Pilot
Doel en opzet
Na de verkenningsfase waarbij met name gekeken is naar de beschikbaarheid van literatuur, archiefbronnen en andere bronnen, zal begin 2011 gestart worden met een zogenaamd pilot project. Het doel van deze pilot is tweeledig: enerzijds dient het om de bruikbaarheid en kwaliteit van het materiaal, zoals archieven, statistisch en cartografisch materiaal, maar ook egodocumenten en audiovisueel materiaal te toetsen. Anderzijds dient de pilot als opstap voor vervolgprojecten. De pilot zal uitgevoerd worden binnen een tijdsduur van één jaar door een gepromoveerd onderzoeker met de nodige assistentie onder begeleiding van een hoogleraar.
Voor de pilot is gekozen voor een methodologisch vernieuwende onderzoeksmethode. In plaats van naar één buurt of gebied binnen de stad Den Haag te kijken, of één bepaalde sector, zal een tijdsperiode (1950-1970) centraal staan. Binnen deze periode zullen diverse relevante dimensies, zoals ‘gemeente en gemeentelijk beleid', ‘infrastructuur en nutsbedrijven' en ‘industrie, handel en nijverheid', nader onderzocht worden. Behalve dat de genoemde periode nog niet eerder onderwerp van grondig onderzoek is geweest, is er tot op heden weinig tot geen onderzoek gedaan naar de samenhang tussen de diverse dimensies en zijn de verschillende aspecten nauwelijks in samenhang onderzocht. In deze fase wordt een deelonderzoek gedaan.
Daarnaast is de pilot een opstap om potentiële vervolg onderzoeksprojecten te definiëren die in samenhang zullen leiden tot de gewenste diepgang van de kennis over de economische geschiedenis van de stad Den Haag. Hierbij dienen de reeds geformuleerde thema's en vragen als uitgangspunt. Dit zal ook leiden tot aanbevelingen ten aanzien van de fasering in de tijd, op basis van de ervaringen in het onderzoek. .
Resultaten van de pilot kunnen divers zijn, zoals publicatie(s), lezingen of een tentoonstelling. Het is de bedoeling de resultaten ook op een aansprekende manier voor een breed publiek te presenteren.
De stad Den Haag in de periode 1950-1970: industrie en overheid, groei en dynamiek (werktitel)
Bij deze pilot zullen diverse dimensies van de economische geschiedenis van Den Haag worden onderzocht voor een periode van twintig jaar. Gekozen is voor het tijdvak 1950-1970 omdat juist in deze periode de Haagse economie een bijzondere transformatie doormaakte. Den Haag kwam als een van de meest verwoeste steden in Nederland uit de Tweede Wereldoorlog Dit heeft de ontwikkelingen en het beleid in de naoorlogse periode sterk beïnvloed. De wederopbouw van de stad na de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog drukte een stempel op de twee te onderzoeken decennia. De bouwgolf die in deze jaren ontstond bracht gemeente, projectontwikkelaars en bouwondernemingen samen.
Ook de onafhankelijkheid van Indonesië had gevolgen voor Den Haag: hiermee viel een zeer koopkrachtige groep weg wat tot omzetverlies leidde bij aanbieders van luxe-artikelen, zoals meubelfabriek Pander.
Daarnaast maakte ook de Scheveningse visserij in de genoemde periode een belangrijke ontwikkeling door waarbij men overging van dagvisserij op het gebruik van de grotere hektrawlers. Ook de Norfolk Line maakte in deze decennia een belangrijke groei door. Nadat oudere industrieterreinen, zoals de Laakhaven, waren volgelopen, week men uit naar nieuwe industrieterreinen, zoals de Binckhorst. Hoewel de ontwikkeling van de Binckhorst voor 1950 startte, kwam het terrein pas in de jaren vijftig echt tot ontwikkeling. Grote en middelgrote ondernemingen, zoals de metaalfabriek van Escher en de sigarettenfabriek Laurens, vestigden zich op het terrein. Daarnaast werd, in samenwerking met de gemeente Rijswijk, industrieterrein de Plaspoelpolder ontwikkeld. Haar vestigde zich een Haagse melkfabriek en enige tijd later ook het Europees Octrooibureau en onderdelen van Shell, Philips en Agfa.
Het gemeentelijk beleid stond in deze periode, meer dan in de perioden daarvoor, sterk onder invloed van het centrale overheidsbeleid.
Tegen het eind van de te onderzoeken periode veranderde het gemeentelijk beleid; ondernemingen weken uit naar andere gemeenten of sloten de deuren. Het was het begin van een ontwikkeling waarbij industriële ondernemingen op de industrieterreinen langzaamaan werden vervangen door kantoorkolossen en grootwinkelbedrijven.
Juist de periode 1950-1970 heeft een grote voorraad bedrijfserfgoed opgeleverd dat momenteel onder druk staat.
Hoofdvraag
De hoofdvraag van het pilot-onderzoek luidt:
Wat waren de belangrijkste ontwikkelingen in economisch, stedenbouwkundig, infrastructureel, demografisch en sociaal opzicht die de stad Den Haag in de periode 1950-1970 doormaakte en in hoeverre zijn deze door gemeentelijk
beleid beïnvloed? Vervolgens kunnen diverse deelvragen opgesteld worden, zowel voor het gehele project als voor de diverse dimensies. Algemene deelvragen zijn bijvoorbeeld: hoe verhielden de in Den Haag geconstateerde ontwikkelingen en patronen op het gebied van industrialisatie, werkgelegenheid en schaalvergroting zich tot ontwikkelingen op regionaal, landelijk of internationaal niveau? Welke gevolgen hadden de gemaakte beleidskeuzes voor de stad, haar inwoners en
de ontwikkelingen op de lange(re) termijn? Welke waren de relevante actoren en op welke wijze hebben zij de economische
ontwikkelingen beïnvloed?
Per dimensie kunnen bovendien de volgende aspecten aan de orde komen:
+ Gemeente en gemeentelijk beleid
+ Industrie, handel en nijverheid
+ Stedenbouw, volkshuisvesting en demografie
+ Infrastructuur en nutsbedrijven
+ Centrale overheid en ambtenaren
+ Netwerken: regionaal, nationaal en internationaal